Interview with Jan van de Putte: "Ik denk dat iedereen maar wat doet"

Note: this page is in Dutch.

Erik Voermans interviewt Jan van de Putte, verschenen in het Parool (artikel niet digitaal beschikbaar)

De Nederlandse componist Jan van de Putte (59) schrijft langzaam aan een imposant oeuvre. Zijn Pessoacyclus is nu op een dubbel-cd verschenen, de vrucht van tien jaar werk.

De dubbel-cd Bamboleamos no mundo is het eindresultaat van een proces dat tien jaar van uw leven heeft gekost.

"Voordat ik je vraag beantwoord, moet ik even ingrijpen, want het staat nog maar te bezien of dit het eindresultaat is. Ik heb namelijk nog zó veel teksten van Fernando Pessoa, of beter gezegd van zijn heteroniem Alvaro de Campos, boven mijn bureau hangen die ik nog op muziek wil zetten, dat ik nog wel even bezig ben. Ik heb al schetsen gemaakt voor andere delen. Maar ik werk nogal langzaam, dus ik kan er nu verder weinig concreets over zeggen. En wat was nu je vraag?"

Mijn vraag was of u de Werdegang kunt beschrijven van dit project.

"Ik kreeg een opdracht van het Goebaidoelina Festival. Zijn naamgever, de Russische compo-niste Sofia Goebaidoelina, werd zestig, of misschien wel zeventig. Het bij het festival horende ensemble bestelde een stuk bij me. Dat werd Uma só divina linha, maar daar rustte geen zegen op. De sopraan had door een foutje van m'n uitgever Donemus maar de helft van het stuk kunnen instuderen. Misschien moet ik nu eerst iets zeggen over waarom ik Pessoa heb gekozen?"

Voel u vrij.

"Ik had in eerdere stukken, In horas mortis en Es schweigt, met teksten van Thomas Bernhard gewerkt en daar had ik nog best een tijdje mee verder kunnen gaan. Het probleem was alleen dat de erven van Bernhard daar geen toestemming voor gaven. Van mijn uitgever, Bèr Deuss, kreeg ik toen de briljante tip de tekst fonetisch te noteren, zodat er in de partituur geen melding van Thomas Bernhard hoefde te worden gemaakt. Hij drukte me verder op verder op het hart voortaan maar geen teksten van Bernhard meer te gebruiken. Het grappige was dat de sopraan Angela Tunstall, die de première van Es schweigt zong, desgevraagd geen idee had in welke taal ze nou had gezongen”

"Voor mijn volgende vocale stuk besloot ik een schrijver te kiezen wiens auteursrecht was verlopen. Toen kwam ik uit op Kafka en Pessoa. Kafka was lastig, want uit zijn werk moet je echt teksten gaan samenstellen, terwijl je bij Pessoa kant-en-klare gedichten hebt."

"Na die halve première van Uma só divina linha kreeg ik een herkansing. Reinbert de uw wilde het stuk graag doen. En dit keer hadden we wel de beschikking over Barbara Hannigan, die natuurlijk geweldig is. Ze kende dat hele stuk op de allereerste repetitie al uit het hoofd. Ze is volledig solidair met de componist en dat is echt iets bijzonders. Ze heeft het prachtig gezongen en zo staat het ook op de cd."

"Mij was inmiddels duidelijk dat ik een hele Pessoacyclus wilde maken. Reinbert vond dat een uitstekend idee. Het tweede deel werd Addiamemo, voor alt en ensemble, het derde Bamboleamos no mundo, voor alt, sopraan en ensemble en daarna kwam Insónia, voor twee sopranen en ensemble.”

Uw muziek is notoir lastig te zingen. Soms moet een zangeres een toon uit het niets te voorschijn halen. Een absoluut gehoor lijkt mij haast een must.

“Keren Motseri, die in Bamboleamos en in Insónia zingt, heeft dat inderdaad. Maar Barbara Hannigan heeft geen absoluut. En zij zingt echt de onmogelijkste dingen. Ze heeft me weleens verteld dat ze een bij Stockhausen voorzong, die haar meende te betrappen op een foute noot, waarop Barbara met grote stelligheid beweerde dat zij de juiste noot had gezongen. En ze bleek gelijk te hebben.”

Bamboleamos no mundo betekent 'wij waggelen door de wereld'. Wat betekent dat voor u?

"Ik denk dat iedereen maar wat aan het doen is. Bij politici neemt dat dan de vorm aan van schijnzekerheden. Dat geldt voor muziek eigenlijk ook. Als je muziek schrijft, gebeuren er altijd dingen die je helemaal niet had voorspeld. Ik hoor zelfs bij Beethoven dat dat zo is."

Luistert u thuis naar uw eigen muziek?

"Nee. Dat wil zeggen, alleen als het niet anders kan. Dus eigenlijk uitsluitend op concerten. Daarna is het werk gedaan en ben ik in gedachten alweer bezig met het volgende stuk. Maar ik heb het vermoeden dat veel componisten u dit zullen zeggen."

Asko | Schónberg, Cappella Amsterdam o.l.v. Reinbert de Leeuw. Jan van de Putte-Bamboleamos no mundo (Et'cetera)